Gratis eerste advies

Wij zijn er om u te helpen. Ons motto: “Voorkomen is beter dan procederen”.

Nieuws detail

Bestuurdersaansprakelijkheid bij schenden afspraak

05.12.2010

In het rechtsverkeer wordt vaak gebruik gemaakt van rechtspersonen, met name B.V.’s, om persoonlijke aansprakelijkheid te vermijden of het risico daarop zoveel mogelijk te beperken. De wet biedt daartoe alle mogelijkheden. Onder omstandigheden kan een bestuurder toch aansprakelijk zijn. Een voorbeeld daarvan is te vinden in een recente uitspraak van de Hoge Raad.

 

Een ondernemer die zijn onderneming drijft in de vorm van een eenmanszaak of als onderdeel van een vennootschap onder firma, is persoonlijk aansprakelijk voor nakoming van de verplichtingen die daarbij ontstaan. Deze persoonlijke aansprakelijkheid kan worden vermeden (of in ieder geval kan het risico daarop worden verkleind) door het voeren van de onderneming in de vorm van een rechtspersoon, veelal een besloten vennootschap (B.V.). De B.V. is aansprakelijk voor de schulden van de onderneming, een bestuurder dan in principe niet.

Onder omstandigheden kan een bestuurder echter ook privé aansprakelijk zijn voor de nakoming van schulden van de vennootschap. Vaak is dat op grond van onrechtmatige daad jegens de schuldeiser(s) (in faillissementsituaties kent de wet in bepaalde gevallen een bijzondere regeling, die in dit artikel buiten bespreking wordt gelaten).

 

Recente uitspraak Hoge Raad

Het blijft echter lastig om te bepalen wanneer een bestuurder ook in privé aansprakelijk is. Die privé-aansprakelijkheid is veelal afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval. De feiten die een rol speelden bij een recente uitspraak van de Hoge Raad, geven een voorbeeld welke omstandigheden een rol kunnen spelen voor de privé-aansprakelijkheid van een bestuurder van een B.V..

 

De B.V. had een (grote) schuld aan de bank. De bestuurder van de B.V. is in overleg getreden met de bank. Om uitstel van betaling te verkrijgen, werd daarbij afgesproken dat alle bedragen die de B.V. van een debiteur zou ontvangen, gebruikt zouden worden om de schuld van de B.V. aan de bank af te lossen. Toen de debiteur vervolgens de B.V. betaalde, werd niet de bank voldaan, maar werden met de betalingen andere schuldeisers voldaan. Voor de nakoming van de schuld bood de B.V. niet op andere wijze verhaal.

De bank heeft de bestuurder daarom in rechte aangesproken. De rechter heeft de bestuurder veroordeeld tot betaling van het bedrag dat de B.V. van de debiteur had ontvangen, maar niet aan de bank had betaald. Volgens de rechter was daarbij met name van belang dat was komen vast te staan dat de bank uitstel van betaling aan de B.V. had verleend op voorwaarde dat de B.V. hetgeen van de debiteur zou worden ontvangen, zou gebruiken om de schuld aan de bank af te lossen, dat de bestuurder bewust de ontvangen bedragen op een andere rekening had laten overmaken zodat deze aan het zicht van de bank werden onttrokken en dat de B.V. op geen andere wijze verhaal bood. De rechter oordeelde op grond van deze feiten en omstandigheden dat er sprake was van betalingsonwil aan de kant van de bestuurder jegens de bank, zodat de bestuurder in privé jegens de bank aansprakelijk was.

Nieuws

Nieuwsbrief