Nieuws detail
Huurprijsvaststelling
05.06.2009De wet bepaalt dat zowel de huurder als de verhuurder kunnen vorderen dat de rechter de huurprijs van bedrijfsruimten, zo deze niet (meer) overeenstemt met die van vergelijkbare bedrijfsruimten ter plaatse, nader kan vaststellen. Indien de overeenkomst voor bepaalde tijd geldt, kan dit voor het eerst na afloop van de overeengekomen duur en in alle andere gevallen telkens wanneer ten minste 5 jaar zijn verstreken sinds de dag waarop de laatste door partijen vastgestelde huurprijs is ingegaan.
Een verzoek tot nadere huurprijsvaststelling is slechts ontvankelijk indien deze vordering vergezeld gaat van een advies omtrent de nadere huurprijs, opgesteld door één of meer door partijen gezamenlijk benoemde terzake deskundigen. Indien partijen geen overeenstemming bereiken over de benoeming van een deskundige kan de meest gerede partij de rechter verzoeken een deskundige te benoemen.
Een onderneming huurde met ingang van 1 oktober 1987 een bedrijfsruimte te Utrecht voor een periode van 25 jaar. In de huurovereenkomst was nader bepaald dat de huurder gerechtigd was tussentijds en voor de eerste maal op 30 september 1997, telkens bij afloop van een periode van 5 huurjaren de huur te beëindigen met in achtneming van een opzegtermijn van minimaal één jaar.
De verhuurder heeft in 2007 de kantonrechter verzocht om een deskundige te benoemen die kan adviseren omtrent de nader door huurder te betalen huurprijs per 1 november 2007.
De huurder was van oordeel dat de verhuurder in haar verzoek niet ontvankelijk diende te worden verklaard, althans dat haar verzoek diende te worden afgewezen, omdat de mogelijkheid van een nadere huurprijsvaststelling eerst mogelijk was na afloop van de overeengekomen duur, welke in het onderhavige geval 25 jaar bedroeg, hetgeen impliceerde dat een huurprijsvoorziening derhalve eerst zou kunnen worden gevorderd tegen 1 oktober 2012.
De verhuurder heeft de juistheid van het standpunt van huurder betwist. Het verweer van de verhuurder is door de kantonrechter verworpen omdat de bewoordingen van de huurovereenkomst, te weten “dat de huur wordt aangegaan voor een periode van 25 jaar, ingaande op 21 oktober 1987”, geen andere uitleg toelaat dan dat als oorspronkelijk door partijen overeengekomen duur dient te worden aangemerkt een periode van 25 jaar, en dat dus eerst na 25 jaar huurprijsaanpassing kan plaatsvinden.
Verhuurders zijn dus gewaarschuwd! Het aangaan van een huurovereenkomst van 25 jaar sluit, althans naar het oordeel van de kantonrechter te Utrecht, de mogelijkheid om een tussentijdse huurprijsaanpassing te realiseren uit.
Nieuws
Dringend eigen gebruik bij verhuur
27 mei 2011Eigenrisicodrager voor de WGA
27 april 2011Beslag onder een derde
27 maart 2011

