Gratis eerste advies

Wij zijn er om u te helpen. Ons motto: “Voorkomen is beter dan procederen”.

Nieuws detail

Koper huurpand: laat u informeren!

20.12.2009

Vanaf 1976 huurt de huurder een kale loods. In de huurovereenkomst was (in artikel 5) bepaald dat hetgeen de huurder met toestemming van de verhuurder in het gehuurde zal hebben aangebracht bij het einde van de huur in stand moet worden gelaten, zonder dat daarvoor door de huurder enige vergoeding kan worden gevorderd. Het betreft een algemeen gangbare bepaling die in veel huurovereenkomsten voorkomt.

 

In de huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, ingaande 1 januari 1989, is naast artikel 5 in artikel 9 een nadere voorziening getroffen. In dit artikel is bepaald dat de verhuurder eventueel bereid is bij het einde van de huur de door de huurder zelf (nader omschreven) aangebrachte voorzieningen, die ten doel hadden gedeelten van het verhuurde te maken tot kantoor, koelcel met krachtbron, berging en dergelijke over te nemen.

 

Nieuwe eigenaar

In 2000 is het gehuurde in eigendom overgedragen aan een derde (professionele) verhuurder. Na opzegging door de nieuwe verhuurder vorderde de huurder vervolgens op grond van de vergoedingsregeling als vastgelegd in artikel 9 van de huurovereenkomst van de verhuurder betaling van een bedrag van bijna € 270.000,-, met rente en kosten.

De verhuurder verweerde zich tegen deze vordering stellende dat het beding (artikel 9) niet op haar is overgegaan, omdat dit geen beding betreft als bedoeld in artikel 7:226 lid 3 BW. Ingevolge deze bepaling wordt de verkrijger van verhuurde zaken slechts gebonden door die bedingen van de huurovereenkomst die onmiddellijk verband houden met het doen hebben van het gebruik van de zaak tegen een door de huurder te betalen tegenprestatie. Dit verweer werd zowel door de kantonrechter als door het gerechtshof verworpen. Van belang is daarbij op te merken dat (ten overvloede) nog werd overwogen dat rechten en verplichtingen als hier bedoeld ook, al dan niet schriftelijk, kunnen zijn bedongen in nadere overeenkomsten, naast de eigenlijke huurovereenkomst. Het doet daarbij niet ter zake of de opvolgend verhuurder al dan niet kennis droeg van de betreffende rechten en verplichtingen.

 

Gezien het vooroverwogene is het van belang dat de koper van een onroerende zaak zich uitdrukkelijk laat informeren omtrent de vraag of door de huurder voorzieningen zijn aangebracht enerzijds en over de vraag of er dienaangaande nadere (van de huurovereenkomst afwijkende) afspraken zijn gemaakt anderzijds.

Nieuws

Nieuwsbrief