Nieuws detail
Nieuwe regeling geringe grensoverschrijdende vorderingen
20.11.2009Vooral voor een ondernemer is het via de rechter incasseren van relatieve kleine bedragen vaak een kostbare aangelegenheid, zeker wanneer het een vordering op een debiteur in het buitenland betreft. Om die reden is op 11 juli 2007 een Europese verordening tot stand gekomen die het grensoverschrijdend procederen over geringe vorderingen beoogt te vereenvoudigen. Die verordening is sinds 1 januari 2009 van toepassing.
Het toenemende handel- en dienstenverkeer over de grenzen, zeker voor die ondernemers die in de grensstreek gevestigd zijn, brengt extra uitdagingen mee als het gaat om het incasseren van vorderingen over de grens: een ander rechtssysteem, vaak een andere taal, een eigen handel- en rechtscultuur, enzovoorts. Grensoverschrijdend procederen is vaak lastig, tijdrovend, gecompliceerd en kostbaar, zeker in verhouding tot de regelmatig relatief geringe bedragen van de vorderingen waar het om gaat. De Europese verordening heeft als doel om de procesvoering met betrekking tot grensoverschrijdende geringe vorderingen te vereenvoudigen en te bespoedigen en de kosten van een procedure te verminderen. Voor dat doel voert de verordening een Europese procedure in voor geringe vorderingen. Die procedure blijft bestaan naast de mogelijkheden die de huidige wet- en regelgeving biedt, zodat een schuldeiser kan kiezen of hij de mogelijkheden naar nationaal recht gebruikt, of gebruik maakt van de nieuwe procedure.
Voor Nederland betekent dit dat een schuldeiser kan kiezen tussen de procedure bij de kantonrechter en de Europese procedure voor geringe vorderingen. De Europese procedure geldt voor de meeste handels- en burgerlijke zaken, maar bijvoorbeeld niet voor het arbeidsrecht of faillissementsrecht. Zij is van toepassing op vorderingen tot € 2.000,- aan hoofdsom (dus rente, kosten en uitgaven worden voor de bepaling van de toepasselijkheid niet meegerekend), en uitsluitend in grensoverschrijdende gevallen, dus zaken waarin ten minste één van de partijen haar woonplaats of gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat van het aangezochte recht.
Verloop van de procedure
In de Uitvoeringswet verordening Europese procedure voor geringe vorderingen heeft de Nederlandse wetgever de kantonrechter als bevoegde rechter voor deze procedures aangewezen. De procedure verloopt in beginsel schriftelijk, hoewel de rechter een mondelinge behandeling kan gelasten, die ook door middel van videoconference of andere vormen van communicatietechnologie gehouden kan worden. Voor deze procedures geldt geen verplichte procesvertegenwoordiging; er kan dus ook zonder advocaat of gemachtigde worden geprocedeerd. De procedure wordt ingeleid met een standaardformulier. Een afschrift van dit formulier wordt door het gerecht aan de wederpartij gezonden. Als de wederpartij de vordering wil betwisten, moet hij dat doen binnen dertig dagen na betekening of kennisgeving van de stukken. Blijft een reactie uit, dan doet de rechter uitspraak.
Van de uitspraken die de kantonrechters in deze procedures wijzen, is geen hoger beroep mogelijk. In uitzonderlijke gevallen heeft de wederpartij wel het recht om hero-verweging van de beslissing te vragen.
De beslissing in de Europese procedure voor geringe vorderingen kan in een andere lidstaat worden erkend en ten uitvoer gelegd zonder dat nog een aparte beslissing/toestemming van de rechter in die andere lidstaat noodzakelijk is.
Voordelen en risico’s
De nieuwe regelgeving biedt dus de voordelen om met een dergelijke procedure veelal sneller en goedkoper aan een vonnis te komen. Aan de andere kant bestaat natuurlijk wel het risico dat, als er door bijvoorbeeld een Nederlandse ondernemer niet tijdig wordt gereageerd op een kennisgeving dat een bijvoorbeeld Belgische wederpartij een dergelijke vordering aanhangig heeft gemaakt, de Nederlandse ondernemer een vonnis tegen zich krijgt waar hij niet of slechts in zeer bijzondere gevallen nog iets tegen kan ondernemen. Het is en blijft dus oppassen geblazen!
Nieuws
Dringend eigen gebruik bij verhuur
27 mei 2011Eigenrisicodrager voor de WGA
27 april 2011Beslag onder een derde
27 maart 2011

