Nieuws detail
Nieuwe uitspraak over ter hand stellen van algemene voorwaarden
10.02.2010In het zakendoen worden vaak algemene voorwaarden gehanteerd. Deze zijn veelal bedoeld om de gebruiker extra handvatten te bieden wanneer de wederpartij zijn verplichtingen niet nakomt of wanneer de wederpartij de gebruiker aansprakelijk wil stellen voor de gevolgen van wanprestatie. Waar moet de gebruiker op letten bij het hanteren van algemene voorwaarden?
Volgens de wet is het gebruik van algemene voorwaarden in zijn algemeenheid toegestaan. De wederpartij kan echter onder omstandigheden bepaalde bedingen in die algemene voorwaarden ongeldig (laten) verklaren wanneer die voorwaarden als onredelijk bezwarend moeten worden aangemerkt of wanneer de gebruiker de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft gegeven om van de voorwaarden kennis te nemen.
Ter hand stellen
Als het gaat om het bieden van een redelijke mogelijkheid om van de voorwaarden kennis te nemen, stelt de wet voorop dat de voorwaarden aan de wederpartij ter hand moeten worden gesteld. Als die terhandstelling redelijkerwijs niet mogelijk is, moet de gebruiker vóór de totstandkoming van de overeenkomst hebben bekend gemaakt dat de voorwaarden bij hem ter inzage liggen of bij een Kamer van Koophandel of ter griffie van een gerecht zijn gedeponeerd.
Het is voor een gebruiker dan ook van groot belang dat hij kan bewijzen dat de voorwaarden door hem aan de wederpartij ter hand zijn gesteld. Juist over het bewijs van de terhandstelling heeft de Hoge Raad een belangwekkend arrest gewezen.
Een koper verklaarde door ondertekening van een opdrachtbevestiging dat hij de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden had gelezen en dat hij ze akkoord bevond. Toen de koper de verkoper ging aanspreken uit wanprestatie, verweerde de verkoper zich met de stelling dat de algemene voorwaarden de koper beletten om de verkoper aan te spreken. Koper stelde in reactie daarop dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zouden zijn omdat ze niet ter hand waren gesteld. Daarop antwoordde de verkoper dat koper heeft verklaard dat hij de algemene voorwaarden had gelezen en akkoord bevonden. De Hoge Raad oordeelde dat de verklaring van de koper (dat hij de algemene voorwaarden had gelezen en akkoord bevonden) vergaande bewijskracht heeft. De koper heeft immers een schriftelijk stuk ondertekend waarin hij uitdrukkelijk iets verklaart. Niettemin moet de koper de gelegenheid hebben om het tegendeel te bewijzen.
Op grond van deze uitspraak van de Hoge Raad heeft de gebruiker van de algemene voorwaarden een belangrijke voorsprong in een procedure als het gaat om het bewijs of de algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld. Als de wederpartij immers heeft verklaard dat hij de algemene voorwaarden heeft ontvangen, is het aan de wederpartij om te stellen en te bewijzen dat hij deze toch niet ontvangen heeft.
Nieuws
Dringend eigen gebruik bij verhuur
27 mei 2011Eigenrisicodrager voor de WGA
27 april 2011Beslag onder een derde
27 maart 2011

