Nieuws detail
Prevaleert het belang van verhuurder?
20.05.2010Recentelijk heeft het Gerechtshof te Amsterdam geoordeeld dat het belang van de verhuurder om rechtstreeks zeggenschap te kunnen uitoefenen ten aanzien van de keuze van degene die feitelijk het aan haar in eigendom toebehorende bedrijfspand gebruikt en zelf met deze een passende huurprijs overeen te komen, prevaleert boven het belang c.q. het financieel voordeel dat de huurder heeft bij het behoud van de onderhuurrelatie(s).
Het ging in deze zaak om het volgende: in 1986 heeft een restaurantexploitant met de toenmalige eigenaar van een bedrijfspand een huurovereenkomst gesloten, waarbij de huurder het recht verkreeg om in het gehuurde een restaurant te exploiteren. In 2004 heeft de huurder zijn onderneming verkocht aan een derde en het gehuurde aan deze derde onderverhuurd. De huurder ontvangt van deze onderhuurder een hogere huurprijs dan hijzelf aan zijn verhuurder verschuldigd is. De verhuurder heeft de huurovereenkomst met de huurder opgezegd tegen 1 september 2006. Aangezien de huurder niet met die opzegging heeft ingestemd, is er aansluitend een civiele procedure gevoerd. De kantonrechter heeft op vordering van de verhuurder bepaald dat de huurovereenkomst ingaande 1 juli 2007 eindigt. De huurder werd veroordeeld om het gehuurde uiterlijk per 1 juli 2007 te ontruimen en te verlaten.
Welk belang prevaleert?
In de procedure had de huurder aan de orde gesteld dat zijn belangen bij voortzetting van de huurovereenkomst (voornamelijk het gehuurde tegen een hogere huurprijs aan de derde verhuren) dienden te prevaleren boven de belangen van de verhuurder bij beëindiging van de huurovereenkomst. Eén van de schadeposten was de fors lagere verkoopprijs van zijn onderneming als gevolg van de nog lopende procedure met betrekking tot de ontbinding van de huurovereenkomst met een eerdere onderhuurder. Het Gerechtshof oordeelde dat de door de huurder vermelde schadeposten niet aan de verhuurder te wijten waren, maar in zijn geheel in de risicosfeer van de huurder lagen. Daarenboven was het Gerechtshof van oordeel dat uit het feit dat de verhuurder destijds geen bezwaar had gemaakt tegen de onderhuur aan de derde niet kan worden afgeleid dat de huurder er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij in lengte van dagen van verhuurder kon huren.
Nieuws
Dringend eigen gebruik bij verhuur
27 mei 2011Eigenrisicodrager voor de WGA
27 april 2011Beslag onder een derde
27 maart 2011

